Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 2], geboren op [geboortedatum],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Eritrese vrouw met een minderjarig kind, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van de Dublin III-verordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiseres voerde aan dat zij vanwege haar epilepsie en de zorg voor haar kind afhankelijk is van haar broer in Nederland en dat Italië onvoldoende opvang biedt voor kwetsbare groepen, zoals vereist in het Tarakhel-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De voorzieningenrechter stelde vast dat eiseres haar medische aandoening niet had onderbouwd en dat zij tijdens het gehoor verklaarde niet afhankelijk te zijn van haar broer. De staatssecretaris had geen individuele garanties van de Italiaanse autoriteiten verkregen dat eiseres en haar kind samen in passende voorzieningen zouden worden opgevangen. De brief van 8 juni 2015 en het fact-finding onderzoek naar het SPRAR-systeem boden onvoldoende zekerheid dat de opvangtoestand aan de eisen van het Tarakhel-arrest voldoet.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk was gemotiveerd. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende individuele garanties voor passende opvang in Italië.