ECLI:NL:RBDHA:2015:8822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurtoeslag bij verhuur onzelfstandige woonruimte en medebewoning
Eiser stond in 2011 ingeschreven op een adres waar ook J en B stonden ingeschreven. Verweerder heeft deze personen als medebewoners aangemerkt en hun inkomen meegenomen bij de berekening van de huurtoeslag, waardoor de huurtoeslag voor 2011 definitief op nihil is vastgesteld en het voorschot van €1.800 is teruggevorderd.
Eiser stelde dat sprake was van onderverhuur en dat hij sinds 2006 kamers verhuurt met eigen internet, maar zonder eigen voorzieningen, en dat hij dit steeds aan verweerder had gemeld. Ter onderbouwing overlegde hij een huurovereenkomst en bankafschriften. De rechtbank achtte deze onderbouwing onvoldoende om onderverhuur aannemelijk te maken.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat op één BRP-adres één zelfstandige woning wordt aangenomen en dat allen die op dat adres staan ingeschreven, behalve onderhuurders en hun huishouden, als medebewoners gelden. Omdat eiser onzelfstandige woonruimte verhuurt, is de huurtoeslag vanaf 2006 kennelijk onterecht toegekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de terugvordering toe. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de huurtoeslag bevestigd.