ECLI:NL:RBDHA:2015:8846
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring vreemdeling wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Poolse vreemdeling, werd bij besluit van 7 maart 2014 tot ongewenst vreemdeling verklaard en zijn verblijf beëindigd. Na bezwaar verklaarde verweerder dit besluit op 6 augustus 2014 ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. De rechtbank stelde bij een tussenuitspraak in maart 2015 een motiveringsgebrek vast en gaf verweerder de gelegenheid dit te herstellen.
Verweerder vulde het besluit aan met een reclasseringsrapport uit juni 2013, waarin een laag gemiddeld recidiverisico werd vastgesteld op basis van criminogene factoren zoals schulden, problematische relaties, denkpatronen en drugsgebruik. De rechtbank oordeelde dat deze aanvullende motivering het gebrek herstelde en dat het standpunt van verweerder niet langer op vermoedens was gebaseerd.
Eiser voerde aan dat hij in detentie goed gedrag had getoond, berouw had en geen softdrugs meer gebruikte, maar de rechtbank vond dat deze omstandigheden de criminogene factoren niet ongedaan maakten. Objectieve informatie over gedragsverbetering na detentie ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens schending van artikel 7:12 Awb Pro, vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.