Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Oekraïne, verzocht om asiel vanwege drie oproepingen voor militaire dienst die hij niet wilde opvolgen. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees het asielverzoek af omdat de oproepingen niet geloofwaardig werden geacht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser geen bewijsstukken van de oproepingen had overgelegd, ondanks dat hij de mogelijkheid had deze bij zijn moeder op te halen waar de oproepingen waren bezorgd. Tevens kon eiser geen inhoudelijke details geven over de oproepingen en verklaarde niet waarom hij geen moeite had gedaan om kennis te nemen van de oproepingen. Daarnaast woonde eiser nog bijna een half jaar thuis nadat de eerste oproeping was bezorgd.
Op grond van deze feiten concludeerde de voorzieningenrechter dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en dat eiser geen recht had op asielrechtelijke bescherming. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak stond hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep op asiel werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.