ECLI:NL:RBDHA:2015:910
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gedetineerde tot onmiddellijke invrijheidstelling wegens misbruik van recht
Een gedetineerde, veroordeeld in België tot acht jaar gevangenisstraf, werd overgebracht naar Nederland om zijn straf verder uit te zitten. Hij vorderde bij de rechtbank onmiddellijke invrijheidstelling, stellende dat hij ten onrechte niet na het uitzitten van een derde van zijn straf werd vrijgelaten, zoals in België mogelijk was.
De rechtbank overwoog dat dezelfde vordering al in een eerder kort geding was afgewezen en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herbeoordeling rechtvaardigden. Het enkele feit dat de detentie langer duurde, was onvoldoende om een nieuwe toetsing te rechtvaardigen.
Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat sprake was van misbruik van recht en wees de vordering af. De gedetineerde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en op 23 januari 2015 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen wegens misbruik van recht.