Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2015 in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer [nummer]
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
1 juli 2013.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 2 november 2012 een aanvraag in voor verlenging van een verblijfsvergunning asiel, die op 12 november 2012 werd afgewezen. Later, op 9 juli 2014, diende eiser opnieuw een aanvraag in met een iMMO-rapport, waarna de vergunning op 19 september 2014 werd verleend. Eiser verzocht vergoeding van de kosten van het iMMO-rapport op grond van artikel 8:88 Awb Pro.
De rechtbank oordeelt dat het oorspronkelijke besluit van 12 november 2012 onrechtmatig was, maar dit besluit dateert van vóór 1 juli 2013, waarna het overgangsrecht van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) van toepassing is. Hierdoor is de verzoekschriftprocedure op grond van de Awb niet van toepassing op schade veroorzaakt door dat besluit.
Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder de onrechtmatigheid van het besluit niet heeft erkend en dat er geen toezegging is gedaan om de kosten te vergoeden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eerdere zaken anders van aard waren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser op vergoeding van de kosten van het iMMO-rapport wordt ongegrond verklaard.