Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
[man 1]
[vrouw 1]
[vrouw 1],
[man 2],
Procedure
Feiten
Beslissing
tewijzigen, zoals hiervoor omschreven, en daarover te rapporteren en advies uit te brengen in de hoofdzaak (met kenmerk C/09/487758 FA RK 15-3293);
Rechtbank Den Haag
In deze zaak behandelde de Rechtbank Den Haag op 29 juli 2015 verzoeken tot voorlopige voorzieningen en wijziging daarvan in een echtscheidingsprocedure waarbij tevens een verhuizingsverzoek speelde. De rechtbank handhaafde de voorlopige toevertrouwing van het minderjarige kind aan de vrouw, ondanks haar verhuizing naar een andere woonplaats binnen dezelfde regio.
De vrouw had verzocht om wijziging van de voorlopige voorzieningen, waaronder de woonplaats van het kind, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het niet onder de wettelijke mogelijkheden van voorlopige voorzieningen valt. De man verzocht om toevertrouwing aan hem, wat eveneens werd afgewezen in het licht van de verleende toestemming voor de verhuizing.
De rechtbank stelde de voorlopige zorgregeling vast waarbij het kind elke zaterdag bij de man verblijft, met een lichte verruiming van de contactduur vanwege extra reistijd. De rechtbank besloot ook tot een voorlopige kinderalimentatie van €130 per maand, rekening houdend met de draagkracht van de man en de financiële situatie van de vrouw.
Verder werd het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming voortgezet met een aangepaste opdracht om de nieuwe woonsituatie van beide ouders mee te nemen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Verzoeken tot wijziging van voorlopige voorzieningen worden afgewezen, toevertrouwing aan vrouw gehandhaafd, zorgregeling en kinderalimentatie voorlopig vastgesteld.