ECLI:NL:RBDHA:2015:9167
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onredelijke voortzetting vreemdelingenbewaring na gegrond asielberoep
De zaak betreft een beroep tegen de voortzetting van een vrijheidsontnemende maatregel (vreemdelingenbewaring) na een gegrond verklaard asielberoep. De rechtbank stelt vast dat verweerder zestien dagen heeft gewacht met het opheffen van de maatregel nadat het asielberoep gegrond was verklaard, wat gezien de aard van de maatregel onredelijk lang is.
De rechtbank overweegt dat verweerder enige tijd gegund moet worden om een belangenafweging te maken over de voortzetting van de maatregel, maar acht een termijn van twee dagen na de uitspraak in het asielberoep redelijk. Verweerder kon geen concrete feiten aanvoeren die een langere termijn rechtvaardigen.
De rechtbank wijst het argument van verweerder af dat de termijn nodig was om te beslissen over hoger beroep, omdat dit geen relevant belang is bij de voortzetting van de maatregel. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1120,- voor de onrechtmatige bewaring en tot vergoeding van proceskosten van €980,-.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van €1120,- schadevergoeding en €980,- proceskosten.