ECLI:NL:RBDHA:2015:9233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling op grond van vals reisdocument en uitzettingsperspectief
De rechtbank Den Haag heeft op 30 juli 2015 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de voortzetting van de bewaring van een vreemdeling. Eiser, van Indiase nationaliteit, was in bewaring gesteld en voerde aan dat de bewaring onterecht werd voortgezet. De rechtbank overwoog dat eiser eerder tegen het opleggen van de maatregel had kunnen en moeten opkomen en dat de eerdere uitspraak van 10 juni 2015 de rechtmatigheid van de maatregel bevestigde.
Verweerder had diverse stappen ondernomen om uitzetting mogelijk te maken, waaronder het starten van een laissez passer-traject met de Indiase autoriteiten en het organiseren van presentaties. De rechtbank stelde vast dat er nog steeds zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede doordat eiser zelf documenten kan aanleveren om het proces te bespoedigen.
De rechtbank ging tevens in op het beroep van eiser op artikel 59c van de Vreemdelingenwet 2000, dat voorschrijft dat bewaring slechts mag worden toegepast indien geen lichter middel doeltreffend is en dat bewaring moet worden opgeheven zodra het doel ervan is komen te vervallen. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een vals Bulgaars reisdocument door eiser een voldoende reden is om het risico op onttrekking aan te nemen en geen lichter middel toe te passen.
Hoewel eiser aangaf zelf Nederland te willen verlaten, beschikte hij niet over reisdocumenten en middelen om zijn terugreis te bekostigen, waardoor hij niet in staat was om zelfstandig te vertrekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De bewaring van eiser is terecht voortgezet vanwege het gebruik van een vals reisdocument en het bestaande uitzettingsperspectief.