ECLI:NL:RBDHA:2015:9396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening schenkbelasting met erfbelasting bij overlijden binnen 180 dagen na schenking
Eiseres ontving een schenking van € 37.500 van haar vader, waarop schenkbelasting werd geheven. Binnen 180 dagen overleed de vader, waardoor de schenking bij de nalatenschap werd betrokken en erfbelasting werd opgelegd over het totale bedrag van € 57.667. Eiseres betwistte de door verweerder toegepaste verrekening van schenkbelasting met erfbelasting, stellende dat de volledige betaalde schenkbelasting in mindering moest komen.
De rechtbank overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een hogere effectieve belastingdruk op schenkingen dan op erfrechtelijke verkrijgingen, mede doordat de vrijstellingen verschillen. Artikel 12 van Pro de Successiewet 1956 voorkomt belastingvoordelen door schenkingen vlak voor overlijden, maar de schenkbelasting blijft een zelfstandig belastbaar feit.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat slechts een proportioneel deel van de schenkbelasting in mindering komt, berekend naar verhouding van de schenking tot de totale verkrijging. Hiermee wordt voorkomen dat de schenkbelasting feitelijk teniet wordt gedaan. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de proportionele verrekening van schenkbelasting met erfbelasting.