ECLI:NL:RBDHA:2015:9834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring en toekenning schadevergoeding wegens ontbreken uitzicht op uitzetting naar Somalië
Eiser was sinds 10 januari 2015 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Somalië. De Nederlandse overheid was in onderhandelingen met de Somalische autoriteiten over een nieuw Memorandum of Understanding (MoU), maar kon geen duidelijkheid geven over de duur of uitkomst hiervan. Sinds de inbewaringstelling was er geen verandering in de stand van zaken en geen gedwongen uitzettingen.
Verweerder gaf aan dat in uitzonderlijke gevallen verzoeken tot medewerking aan gedwongen terugkeer via e-mail aan Somalië kunnen worden gedaan, maar dat dit bij eiser niet het geval was. Er was geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was en beval onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe vanaf de datum van het indienen van het beroepschrift, 19 mei 2015, berekend op basis van € 80 per dag detentie, totaal € 1.280. Tevens werden de proceskosten van € 980 toegewezen aan eiser. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding van € 1.280 toe.