ECLI:NL:RBDHA:2016:10023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WGA-uitkering wegens onzorgvuldige medische grondslag met in stand laten rechtsgevolgen
Eiser, voormalig accountmanager, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35,91%, later herzien naar 32,77%. Eiser was het niet eens met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de geduide functies, en voerde onder meer aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische beperkingen, waaronder de ICD en stressbeperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit op een onzorgvuldige medische grondslag berustte omdat het medisch onderzoek aanvankelijk niet volledig was, maar dat na aanvullend onderzoek de medische beoordeling deugdelijk was. De rechtbank vernietigde daarom het besluit wegens strijd met artikel 3:2 Awb Pro, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro, omdat het aanvullende onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de medische beoordeling betrouwbaar was.
Verder wees de rechtbank het beroep van eiser af dat er onterecht geen hoorzitting was gehouden, omdat eiser tijdens een telefonisch gesprek had afgezien van een hoorzitting. De arbeidsdeskundige had passende functies geduid die eiser kon verrichten, en de berekening van het maatmanloon was correct. De rechtbank concludeerde dat eiser terecht geen uitkering meer ontvangt na 14 januari 2018. Tot slot werd verweerder opgedragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.