ECLI:NL:RBDHA:2016:10106
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een burger van Kyrgyzstan, diende op 10 februari 2016 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Litouwen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat Litouwen niet aan zijn verdragsverplichtingen voldoet, onderbouwd met een rapport over mensenrechtensituatie in Litouwen.
De rechtbank overwoog dat het USDOS-rapport onvoldoende bewijs biedt voor een risico op indirect refoulement bij overdracht aan Litouwen. Het beleid van Litouwen om asielaanvragen van veilige landen van herkomst of doorreis verkort af te doen, is niet in strijd met internationale verdragen en EU-regelgeving. Tevens is niet gebleken dat effectieve rechtsmiddelen ontbreken in Litouwen.
Verweerder toonde aan dat tegen beslissingen in Litouwen beroep mogelijk is binnen 14 dagen en dat rechtsbijstand beschikbaar is. De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Litouwen onverminderd geldt en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.