ECLI:NL:RBDHA:2016:10349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende vrees voor vervolging in Ghana
Eiser, een Ghanese vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor vervolging en schending van artikel 3 EVRM Pro wegens een stammenstrijd in Ghana. Verweerder wees de aanvraag af omdat Ghana als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij persoonlijk gevaar loopt.
De rechtbank overwoog dat eiser na eerdere vlucht in 1995 zonder problemen terugkeerde naar Ghana en sindsdien geen persoonlijke problemen heeft ervaren. Rapporten van internationale instanties toonden aan dat Ghana effectief optreedt tegen etnische conflicten en dat er momenteel geen gewelduitbarstingen zijn.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod een schending van zijn recht op privéleven (artikel 8 EVRM Pro) vormt, maar de rechtbank vond dat eiser onvoldoende concrete banden in Nederland had aangetoond om dit te onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is, omdat Ghana als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt en eiser geen concreet risico op vervolging of onmenselijke behandeling heeft aangetoond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.