ECLI:NL:RBDHA:2016:10421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees voor Al Shabaab en clanconflict in Barawe
Eiser, een Somalische asielzoeker afkomstig uit Barawe, vreesde vervolging door Al Shabaab en de clan Habar Gidir. De staatssecretaris wees zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af omdat Barawe niet langer onder controle van Al Shabaab staat en eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de tolk en eiser elkaar goed konden verstaan en dat de verklaringen van eiser over zijn situatie niet geloofwaardig waren. Het ambtsbericht en andere rapporten toonden aan dat Al Shabaab uit Barawe was verdreven en dat de clan waartoe eiser behoort, de Hatimi/Barawe, geen kwetsbare minderheid vormt.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een gegronde vrees voor vervolging.