ECLI:NL:RBDHA:2016:10433
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken gezinsleven tussen pleegkind en referent
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf bij een familielid, referent, in het kader van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser stelde dat hij als pleegkind van referent kon worden beschouwd en dat er sprake was van gezinsleven.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij was opgenomen in en verzorgd werd door het gezin van referent. De dagelijkse verzorging vond plaats door de moeder van referent, terwijl referent zelf werkte. De stelling dat referent als hoofd van het gezin gezinsleven invulde, werd niet onderbouwd. Ook de bewering dat de echtgenote van referent onjuiste verklaringen gaf, werd niet ondersteund door bewijs.
Verder faalt het beroep op schending van de hoorplicht omdat verweerder terecht heeft afgezien van horen gezien het geringe perspectief op een ander besluit. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van gezinsleven.