ECLI:NL:RBDHA:2016:10442
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op vervreemding beslagen auto afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang
Eiser is aangehouden in verband met een vechtpartij en zijn auto is conservatoir in beslag genomen als zekerheid voor een geldboete en/of schadevergoeding. Eiser vordert in kort geding dat de Staat wordt verboden de auto te verkopen totdat op zijn klaagschrift ex artikel 552a Sv is beslist, en dat de hoogte van de zekerheidsstelling wordt aangepast.
De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie bekend is met de door benadeelden ingediende schadevorderingen en dat de strafzaak inmiddels inhoudelijk is behandeld. Het OM heeft toegezegd de vervreemding van de auto op te schorten tot na de uitspraak in de strafzaak. Hierdoor ontbreekt het aan spoedeisend belang voor het gevorderde verbod.
Verder oordeelt de rechtbank dat de procedure ex artikel 552a Sv een voldoende waarborgen biedende rechtsgang vormt voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de beslaglegging, zodat de civiele rechter in kort geding niet bevoegd is hierover te oordelen.
De vorderingen van eiser worden afgewezen, maar de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten vanwege het onnodig starten van de procedure door eiser. Het vonnis is gewezen door M.E. Groeneveld-Stubbe en openbaar uitgesproken op 14 juni 2016.
Uitkomst: Het verbod op vervreemding van de beslagen auto wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.