ECLI:NL:RBDHA:2016:10530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende integrale geloofwaardigheidsbeoordeling
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan op grond van asiel. Verweerder wees dit af omdat eiser niet geloofwaardig zou zijn over zijn herkomst uit een wijk in Kabul, mede omdat hij veel herkomstvragen niet kon beantwoorden. Hierdoor werden ook de kernonderdelen van zijn asielrelaas, zoals ontvoering en mishandeling door zijn oom en de ontvoering van zijn vader, niet inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat deze kernonderdelen niet onlosmakelijk verbonden zijn met de herkomst en dat verweerder ten onrechte deze elementen niet heeft onderzocht. De asielaanvraag van eisers tante, met wie hij vluchtte, werd wel ingewilligd en haar verklaringen ondersteunen het asielrelaas van eiser.
Verder faalde verweerder in een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling zoals voorgeschreven in de Vreemdelingencirculaire en artikel 31 Vw Pro 2000. Het nader gehoor was zorgvuldig, en het belang van het kind is meegewogen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een integrale beoordeling van de relevante elementen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met een integrale beoordeling.