ECLI:NL:RBDHA:2016:10533
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Georgische nationaliteit bezittende persoon, diende op 6 juli 2016 een asielaanvraag in. Verweerder besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen en vroeg België om eiser terug te nemen op grond van de Dublinverordening. België stemde hiermee in. Eiser stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het gehoor aan eiser voldoende was om alle relevante omstandigheden naar voren te brengen en dat een kennelijke verschrijving in het besluit (vermelding Duitsland in plaats van België) geen onzorgvuldigheid opleverde. De rechtbank vond dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat er aan het systeem gerelateerde tekortkomingen zijn in België.
Eiser stelde ook dat hij een kwetsbare persoon is conform het Tarakhel-arrest, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen. De rechtbank zag geen aanleiding tot nader onderzoek of het vragen van aanvullende garanties. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.