ECLI:NL:RBDHA:2016:10809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara uit Afghanistan wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een Afghaan behorend tot de Hazara minderheid, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij en zijn familie bedreigd werden vanwege een conflict over grond en zijn etnische achtergrond. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende en vage verklaringen gaf over het grondconflict en de mishandelingen van zijn vader. Ook werd vastgesteld dat verweerder voldoende gelegenheid bood voor nadere uitleg tijdens het nader gehoor. De rechtbank volgde verweerder in de beoordeling dat het relaas ongeloofwaardig was.
Verder concludeerde de rechtbank, mede op basis van recente landeninformatie en jurisprudentie van het EHRM, dat de Hazara in de provincie Parwan niet systematisch worden blootgesteld aan ernstige schade. Het ontbreken van een sociaal netwerk en minderjarigheid van eiser konden geen asielrechtelijke bescherming opleveren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 8 september 2016, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op ernstige schade.