ECLI:NL:RBDHA:2016:10823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan nieuwe elementen
Eiser diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank overwoog dat eiser reeds eerder een aanvraag had gedaan die was afgewezen vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, mede door het niet melden van eerdere visumaanvragen in Italië.
Eiser voerde aan dat hij een medisch stuk had overgelegd dat niet eerder kon worden ingediend en dat er sprake zou zijn van een uitzonderlijke situatie (15c-situatie) in Armenië. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch stuk slechts een kopie betrof en dat het stuk reeds in een eerdere procedure had kunnen worden overgelegd. Ook was de 15c-situatie niet van toepassing op het woongebied van eiser.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van nieuwe, relevante elementen of bijzondere omstandigheden (Bahaddar-omstandigheden) die een herbeoordeling rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.