ECLI:NL:RBDHA:2016:10942

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 september 2016
Publicatiedatum
12 september 2016
Zaaknummer
AWB 16 / 19053, AWB 16 / 19055
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • A.W. Ente
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublin-overeenkomst afgewezen

Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 14 april 2016 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat werd aangemerkt volgens de Dublin-overeenkomst.

Eiser betoogde dat er in Italië sprake zou zijn van systematische tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, onderbouwd met rapporten van VluchtelingenWerk Nederland en de Schweizerische Flüchtlingshilfe. De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië werd bevestigd. De aangevoerde rapporten boden geen nieuw of wezenlijk ander inzicht dat dit oordeel zou kunnen wijzigen.

De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Italië niet voldoet aan de normen, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 16/19053 (beroep) en AWB 16/19055 (verzoek)
V-nummer: [nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter en de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 7 september 2016 in de zaak tussen

[naam], eiser en verzoeker, hierna: eiser,

gemachtigde mr. F. Maleki,
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
gemachtigde mr. A.S. Poelman.

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser heeft tevens een voorlopige voorziening verzocht ter voorkoming van overdracht hangende het beroep.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2016. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig L. Totosashvili, tolk in de Engelse taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Na afloop van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank, tevens voorzieningenrechter, onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt als volgt.
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Nigeriaanse nationaliteit. Op 14 april 2016 heeft eiser een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
3. Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiser door de buitenlandse vertegenwoordiging van Italië te Lagos, Nigeria, in het bezit is gesteld van een Schengenvisum, geldig van 20 november 2015 tot 20 mei 2016. Op 18 mei 2016 heeft verweerder de Italiaanse autoriteiten verzocht eiser over te nemen. Nu deze daar niet tijdig op gereageerd hebben, staat de verantwoordelijkheid van Italië sinds 19 juli 2016 vast. Om die reden heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4. Gelet op de beroepsgronden is slechts in geschil of ten aanzien van Italië nog uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
5. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat er in Italië sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen verwezen naar het document ‘Veelgestelde Vragen Italië – Dublin terugkeerders’ van oktober 2015 van VluchtelingenWerk Nederland, met 27 bijlagen, en het rapport ‘Aufnamebedingungen in Italien’ van augustus 2016 van de Schweizerische Flüchtlingshilfe.
6. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft bij uitspraak van 10 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2278) geoordeeld dat er ten aanzien van Italië nog steeds uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Bij dit oordeel heeft de Afdeling voornoemd document van VluchtelingenWerk Nederland betrokken. Het rapport van de Schweizerische Flüchtlingshilfe (een update van een eerder rapport) kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat het geen wezenlijk ander beeld schetst dan de rapporten die reeds door de Afdeling zijn beoordeeld. Eiser heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat er in Italië sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen. De beroepsgrond faalt.
7. Het beroep is ongegrond. Er bestaat geen aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak met nr. AWB 16/19053:
- verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter, in de zaak met nr. AWB 16/19055:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Ente, rechter en voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 september 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover deze betrekking heeft op het beroep, kan binnen een week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Afschrift verzonden aan partijen op: