Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin het bezwaar tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil was dat referent, tijdens zijn asielprocedure, geen melding heeft gemaakt van zijn relatie met eiseres, zijn gestelde echtgenote.
Eiseres stelde dat er aanwijzingen waren dat wel degelijk sprake was van een relatie, onder meer door verklaringen van referent en een brief van Vluchtelingenwerk. Ook werd aangevoerd dat referent bij de Vreemdelingendienst in Ter Apel had verklaard gehuwd te zijn. De rechtbank oordeelde echter dat referent op meerdere momenten had nagelaten de naam van eiseres te noemen en ook had verklaard ongehuwd te zijn. De enkele stelling dat referent zich bezwaard voelde om dit te melden, volstond niet om de feitelijke gezinsband aannemelijk te maken.
De rechtbank vond het beleid van verweerder niet onredelijk om te verwachten dat referent zijn echtgenote zou noemen tijdens de procedure. Het beroep op discretionaire bevoegdheid en de hardheidsclausule werd verworpen. Ook was er geen schending van de hoorplicht in bezwaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard.