ECLI:NL:RBDHA:2016:11210
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag oordeelt over herstel ondertekeningsgebrek bij aanbesteding en toepassing vertrouwensbeginsel
Rijkswaterstaat hield een aanbesteding voor een raamovereenkomst voor ingenieursdiensten, waarbij eiseres op drie percelen inschrijvingen indiende. Bij controle bleek dat de inschrijving van eiseres niet was ondertekend met de vereiste gekwalificeerde elektronische handtekening niveau IV. Rijkswaterstaat bood eiseres op 10 november 2015 de mogelijkheid dit gebrek te herstellen, wat ook gebeurde. Desondanks legde Rijkswaterstaat de inschrijving op 20 november 2015 terzijde wegens een knock-out criterium.
Eiseres startte een kort geding waarin de voorzieningenrechter op 11 februari 2016 oordeelde dat de Contractmanagementplannen integraal herbeoordeeld moesten worden. Rijkswaterstaat kondigde daarop aan tot herbeoordeling over te gaan. Later wijzigde Rijkswaterstaat haar standpunt en stelde dat het ondertekeningsgebrek niet had mogen worden hersteld, verwijzend naar jurisprudentie die herstel bij dergelijke gebreken uitsluit.
De rechtbank oordeelde dat Rijkswaterstaat met het bieden van herstel het gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt dat herstel mogelijk was en dat de inschrijving niet alsnog ongeldig verklaard mocht worden. Het gelijkheidsbeginsel prevaleert niet in alle gevallen boven het vertrouwensbeginsel, zeker niet wanneer Rijkswaterstaat zelf het herstel heeft toegestaan en pas na lange tijd van koers veranderde. De rechtbank veroordeelde de Staat om de uitkomst van de herbeoordeling van de inschrijving te betrekken bij de nieuwe gunningsbeslissing en wees het meer gevorderde af.
Uitkomst: Rijkswaterstaat moet de uitkomst van de herbeoordeling van de inschrijving betrekken bij de nieuwe gunningsbeslissing; de inschrijving mag niet alsnog ongeldig worden verklaard wegens het ondertekeningsgebrek.