ECLI:NL:RBDHA:2016:11213
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Recht op begeleid verlof voor tbs-patiënt zonder rechtmatig verblijf ondanks verblijfsweigering
Eiser, een tbs-patiënt met Surinaamse nationaliteit, verblijft bijna 20 jaar in een tbs-kliniek en komt vanuit behandeloogpunt in aanmerking voor begeleid verlof. De staatssecretaris weigert verlof te verlenen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel en het onvermogen tot repatriëring naar Suriname, wat leidt tot stagnatie van de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat deze weigering strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, met name de artikelen 3, 5 en 14 EVRM, omdat eiser geen reëel uitzicht op vrijheid heeft en het onderscheid op grond van nationaliteit niet proportioneel is. De Staat kan niet volstaan met het verwijzen naar de tbs-rechter of incidenteel verlof als compensatie.
De rechtbank beveelt de Staat om binnen vier weken na aanvraag een machtiging tot begeleid verlof te verlenen, tenzij andere weigeringgronden bestaan. De procedurekosten worden aan de Staat opgelegd. De vordering tot verbod van weigering wordt afgewezen wegens gebrek aan zelfstandig belang.
Uitkomst: De Staat wordt bevolen binnen vier weken begeleid verlof te verlenen aan eiser indien geen andere weigeringgrond bestaat.