Uitspraak
[verzoeker] ,
Beoordeling van het verzoek.
alleaan verzoeker tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Sv Pro tot vergoeding van schade geleden door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, ter zake van een tenlastelegging poging tot doodslag of zware mishandeling. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk is omdat de strafzaak nog niet is geëindigd.
De feiten betroffen meerdere tenlasteleggingen onder verschillende parketnummers die door voeging gezamenlijk werden behandeld. Verzoeker was vrijgesproken van het eerste feit, maar veroordeeld voor de overige feiten. Tegen dit vonnis heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld, waarbij het hoger beroep voor het eerste feit partieel werd ingetrokken.
De rechtbank overwoog dat de zaak pas is geëindigd indien over alle feiten onherroepelijk is beslist. Omdat het hoger beroep over de overige feiten nog loopt, is de zaak niet beëindigd en kan geen vergoeding worden toegekend. Het partieel intrekken van het hoger beroep voor het eerste feit leidt niet tot een afzonderlijke zaak voor vergoeding. Verzoeker werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding omdat de strafzaak nog niet is geëindigd.