Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiseres en verzoekster, hierna: eiseres,
[naam zoon], geboren op [geboortedatum zoon],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vrouw met de Syrische en Armeense nationaliteit, diende een asielaanvraag in vanwege problemen met haar schoonfamilie en de situatie in Syrië. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiseres relevante informatie over haar Armeense nationaliteit had achtergehouden, waardoor zij zich aan de problemen in Syrië kan onttrekken door zich in Armenië te vestigen.
De rechtbank oordeelde dat de situatie in Armenië, ondanks discriminatie en economische beperkingen, niet zodanig is dat eiseres onmogelijk kan functioneren. Ook werd geoordeeld dat zij zich bij problemen tot de autoriteiten kan wenden. Daarnaast werd geen beschermenswaardig gezinsleven vastgesteld op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat de gezinsbanden met haar moeder en zoon waren verbroken.
Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.