Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
ook[onderstreping rechtbank] bedekt. Ik kon ze niet heel goed zien want daar is het niet net als hier. Je hebt niet heel erg veel licht. [geboortedag] zelf was helemaal in het zwart gekleed. Zijn shalwar Kamiz was zwart. Zijn tulband was ook zwart. Van de andere mannen heb ik niets gezien.’ Op de vraag hoe het zo kan zijn dat ze [geboortedag] wel goed kon bekijken en de andere twee mannen niet heeft eiseres geantwoord: ‘In het begin heb ik ook niet echt op zijn kleding gelet, maar hij was degene die mij heeft gepijnigd. Hij was degene die mij naar binnen heeft meegenomen. Toen ik naar hem keek kon ik zien hoe hij was aangekleed.’
Eiseres heeft in haar nader gehoor verklaard dat haar vader en eiser haar schoonbroer uit het huis hebben gehaald en hem hebben begraven. Eiseres heeft daarbij expliciet aangegeven dat eiser aanwezig was bij de begrafenis van zijn broer. Eiser heeft echter verklaard dat hij niet bij de begrafenis van zijn broer aanwezig was omdat hij er niet naar toe kon. Weliswaar is eiseres op haar eerste verklaring teruggekomen, maar zij heeft daarvoor geen bevredigende verklaring gegeven.
Het voorgaande wordt ook niet anders door de niet nader onderbouwde stelling van eisers dat aangifte ook zinloos zou zijn geweest omdat zij in hun regio behoren tot een minderheidsgroep (de Sjiitische Balouch).
Beslissing
mr. E.C.M. Boerboom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2016.