Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
- de duur van de opname van het pleegkind in het gezin van de referent;
- de (financiële) afhankelijkheid van het pleegkind van referent; en
- de reden waarom het pleegkind is opgenomen in het gezin.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging met zijn pleegmoeder, referente, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was en een toestemmingsverklaring van de biologische moeder ontbrak.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van referente over de duur van het verblijf van eiser in haar gezin inconsistent zijn en het overgelegde adoptiedocument vragen oproept. Ook is onvoldoende duidelijkheid over de rol van de biologische vader. Het ontbreken van een toestemmingsverklaring kan niet worden verschoond omdat de verklaring dat de moeder spoorloos is onvoldoende is onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de feitelijke gezinsband niet is aangetoond en dat het beleid van de IND om een toestemmingsverklaring te verlangen niet onredelijk is. Ook is geen sprake van schending van de hoorplicht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een feitelijke gezinsband en een geldige toestemmingsverklaring.