Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
‘spitten’van de cel aan [eiser] zijn teruggegeven en dat er geen stukken in beslag zijn genomen.
Rechtbank Den Haag
Een gedetineerde, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, startte een kort geding tegen de Staat vanwege een celinspectie waarbij zijn advocatenpost en processtukken buiten zijn aanwezigheid werden doorzocht en verwijderd. Hij vorderde onder meer teruggave van de stukken, een verbod op toekomstige inspecties buiten zijn aanwezigheid en een voorschot op immateriële schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de gedetineerde niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen, omdat hij nog gebruik kan maken van de beklag- en beroepsprocedure binnen de penitentiaire inrichting, welke voldoende rechtsbescherming biedt. De beklagcommissie had zijn klacht reeds behandeld en zou spoedig uitspraak doen. Het verzoek om een voorschot op schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van voldoende aannemelijkheid van onrechtmatig handelen door de Staat.
De rechter wees erop dat de procedure via de beklag- en beroepscommissie de juiste weg is om geschillen over beslissingen van de directeur van de inrichting te behandelen. De gedetineerde had onvoldoende onderbouwd waarom deze procedure niet afgewacht kon worden. De Staat werd in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De gedetineerde wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.