Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
ezamen en in vereniging met een andervoorhanden heeft gehad. Ten aanzien van de onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie eveneens betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte deze feiten samen met zijn partner [medeverdachte] heeft begaan. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.
Dat vuurwapen dat is aangetroffen, dat is geen echt wapen hoor, dat is een gasdrukpistool.” [6] Een dag later is [medeverdachte] gevraagd wat zij met haar hiervoor weergegeven opmerking bedoelde. [medeverdachte] verklaarde toen: “
Mijn man heeft een keer een gaswapen gekocht, weet ik veel wat het was. Met patronen.” [7] Ook verklaarde zei: “
Het was een zwart wapen, hij had het thuis. Maar ik vond het een nep ding.” [8]
- een wit vat (met rode deksel) met daarin 1.718 gram droge vermalen knipresten;
- twee ronde bakjes met respectievelijk 338 en 497 gram hennepresten;
- een tas met daarin een gripzak met 1.000 gram vrouwelijke henneptoppen;
- vier plakken hasjiesj met respectievelijk de nettogewichten: 496,9 - 513,6 - 496,7 en 482,8 gram;
- twee gripzakjes met de nettogewichten 21,2 en 5,6 gram hasjiesj.
,met een ander althans alleen opzettelijk
2016,8gram hasjies
j, zijnde hasjiesj en/of hennep telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,