Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
wistdat bij haar sprake van was een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Nu hiervoor in het dossier verdere aanknopingspunten ontbreken, is de rechtbank van oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging niet met voldoende mate van zekerheid kan worden bewezen. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
ten opzichte vandie [slachtoffer 1] , met voornoemde [slachtoffer 1] op dwingende wijze seksueel geladen en prikkelende chatgesprekken heeft gevoerd en daarin heeft aangegeven dat hij foto's en films, waarop die [slachtoffer 1] geheel of gedeeltelijk naakt te zien is, op internet zou zetten en de relatie zou verbreken en
heeft gedreigdmet zelfmoord, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] op dwingende wijze heeft opgedragen bovengenoemde ontuchtige handelingen bij zichzelf en/of met een ander te verrichten en deze te filmen en/of fotograferen en deze aan hem, verdachte toe te zenden;
ten opzichte vandie [slachtoffer 2] , met voornoemde [slachtoffer 2] op dwingende wijze seksueel geladen en prikkelende chatgesprekken heeft gevoerd en daarin op dreigende en dwingende toon die [slachtoffer 2] veelvuldig heeft uitgescholden en heeft aangegeven dat hij die [slachtoffer 2] zou komen opzoeken, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 2] heeft opgedragen bovengenoemde ontuchtige handelingen bij zichzelf te verrichten, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
nietop het psychiatrisch vlak liggen. De raadsman heeft gesteld dat gelet hierop aan de verdachte geen tbs-maatregel kan worden opgelegd, en verzocht dit ook niet te doen.
- Afloopbericht toezicht van GGZ Palier d.d. 21 juli 2015;
- Advies aan opdrachtgever toezicht van GGZ Palier d.d. 1 juni 2015;
- Voortgangsverslag toezicht van GGZ Palier d.d. 6 mei 2015;
- Voortgangsverslag toezicht van GGZ Palier d.d. 23 februari 2015;
- Advies aan opdrachtgever toezicht van GGZ Palier d.d. 17 februari 2015;
- Reclasseringsadvies van GGZ Palier d.d. 5 december 2013;
- Pro Justitia psychiatrisch onderzoek door K. Foeken d.d. 23 november 2013;
- Pro Justitia psychologisch onderzoek door M.J.B. van Eck d.d. 20 november 2013;
- Pro Justitia psychologisch onderzoek door M.J.B. van Eck d.d. 5 september 2012.
Betrokkene heeft zich onvoldoende gehouden aan de voorwaarden binnen het toezicht. Betrokkene laat tot op heden delictgedrag zien. Hij lijkt niet voornemens om het contact met minderjarige vrouwen te verbreken en de reclassering heeft de indruk dat betrokkene via internet actief naar nieuwe contacten zoekt. Opvallend is dat betrokkene kwetsbare jonge vrouwen uitzoekt die problemen hebben op verschillende leefgebieden. Betrokkene laat precies hetzelfde delictgedrag zien als twee jaar geleden, waarbij hij veroordeeld werd voor afpersing, bedreiging en mishandeling van minderjarige vrouwen. Ondanks dat hij veertien maanden klinische opname bij Ipse de Bruggen (SGLVG) heeft gevolgd, is geen sprake van gedragsverandering en lijkt hij zijn oude gedragspatronen direct weer voort te zetten nu hij in vrijheid is. Het staat bijna onomstotelijk vast dat betrokkene nieuwe slachtoffers zal maken. Alles wat de reclassering tot nu toe heeft ingezet om het gevaars- en recidiverisico te beïnvloeden, heeft weinig tot niets opgeleverd. Betrokkene is niet leerbaar en toont ook geen enkele motivatie om zijn gedrag te veranderen. Betrokkene overtreedt de aanwijzingen die hem gegeven worden en laat daarmee zien zich niet te willen conformeren aan de afspraken.”
- de rechter moet het bestaan van een psychische stoornis vaststellen,
- de stoornis moet tijdens het begaan van het misdrijf hebben bestaan,
- er moet sprake zijn van een verminderde toerekenbaarheid, dan wel volledige ontoerekeningsvatbaarheid,
- er moet causaal verband bestaan tussen de stoornis en het gevaar voor herhaling,
- de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen moet de oplegging van een tbs-maatregel eisen.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- ten aanzien van de immateriële schade (€ 2.350,00) met ingang van 15 december 2014, zijnde de dag waarop de schade is ontstaan;
- ten aanzien van de materiële schade (€ 81,31) met ingang van de dag dat deze kosten zijn gevorderd, te weten 4 maart 2016.
8.De inbeslaggenomen goederen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
2 (TWEE) JAREN;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de terbeschikkinggestelde
van overheidswege zal worden verpleegd;