Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2016 in de zaak tussen
[eiser 1] , geboren op [1975] , van Syrische nationaliteit, eiser 1 en
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(Stcrt
.2016, 7573), al is verlengd, had verweerder eisers op grond van artikel 42, zevende lid, van de Vw in kennis moeten stellen van die verlenging. Ook artikel 31, zesde lid, van richtlijn 2013/32/EU van het Europese Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (Procedurerichtlijn) vereist dat eisers van een verlenging van de beslistermijn in kennis worden gesteld. Nu verweerder eisers niet op voorgeschreven wijze van de verlenging van de beslistermijn in kennis heeft gesteld en de beslistermijn dus niet rechtsgeldig is verlengd, heeft verweerder niet tijdig op de aanvragen van eisers beslist en heeft verweerder zodoende een dwangsom verbeurd, aldus eisers.
individuelezaken de beslistermijnen met maximaal negen maanden te verlengen [cursivering rechtbank]. Uit de toelichting bij het besluit volgt voorts dat het niet de bedoeling is de beslistermijnen van alle vóór 11 februari 2016 ingediende asielaanvragen te verlengen. Voor deze aanvragen wordt immers de termijn van zes maanden als richtsnoer aangehouden. Indien echter, ondanks alle inspanningen niet binnen zes maanden kan worden beslist, zal de termijn van deze aanvragen op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw, worden verlengd. Ook gelet hierop kon verweerder derhalve voor het verlengen van de beslistermijnen niet volstaan met het publiceren van het WBV 2016/3.