ECLI:NL:RBDHA:2016:12017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugnameverzoek asielzoeker op grond van Dublinverordening en hoorplicht
Eiser, een Iraanse asielzoeker, diende op 14 april 2016 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder stelde vast dat Oostenrijk eerder verantwoordelijk was voor zijn asielverzoek en dat Kroatië op grond van een fictief akkoord de behandeling had overgenomen. Daarom werd de aanvraag niet in behandeling genomen en werd een terugnameverzoek aan Kroatië gericht.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Kroatië en verwees naar het arrest Ghezelbash, stellende dat hij in Kroatië nooit een asielaanvraag heeft ingediend en dat hij niet gehoord is over de overdracht aan Kroatië. De rechtbank oordeelt dat de vaststelling van Kroatië als verantwoordelijke lidstaat correct is toegepast en dat het arrest Ghezelbash geen grond biedt om de rechtmatigheid van de claim te toetsen.
Hoewel verweerder de hoorplicht over de overdracht aan Kroatië niet volledig heeft nageleefd, is dit gebrek gepasseerd omdat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn bezwaren schriftelijk kenbaar te maken en hiervan geen gebruik heeft gemaakt. Ook de medische bezwaren van eiser zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.