ECLI:NL:RBDHA:2016:12123
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Spanje op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 11 april 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De Spaanse autoriteiten accepteerden op 24 mei 2016 het verzoek om eiser terug te nemen op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege ernstige tekortkomingen in het Spaanse asielstelsel, waaronder overvolle opvangcentra, lange wachttijden, onrechtmatige detenties en discriminatie, zoals gerapporteerd door Amnesty International en het United Nations Human Rights Committee. Eiser verzocht verweerder de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken.
De rechtbank oordeelde dat Spanje verantwoordelijk is en dat verweerder op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag vertrouwen dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er een reëel risico bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling bij overdracht. De verwijzing naar Amnesty-rapporten was onvoldoende om van concrete aanwijzingen te spreken.
Daarom was er geen grond voor verweerder om de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen vanwege overdracht aan Spanje wordt ongegrond verklaard.