ECLI:NL:RBDHA:2016:12208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig verhaal over diefstal en vervolging in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde te zijn mishandeld en bedreigd vanwege het stelen van geld uit een auto, waarna hij uit Afghanistan vluchtte. Verweerder wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, omdat het verhaal van eiser over de diefstal en de daaropvolgende gebeurtenissen niet geloofwaardig werd geacht.
Eiser voerde in beroep aan dat er sprake was van miscommunicatie met de tolk en dat zijn verklaringen door psychische problemen wisselend waren. De rechtbank oordeelde dat de tolk voldoende begrepen werd en dat de wisselingen in het verhaal niet konden worden toegeschreven aan tolkmisverstanden. Ook werd vastgesteld dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de psychische problematiek van eiser.
De rechtbank concludeerde dat de tegenstrijdigheden en ongeloofwaardigheden in het verhaal van eiser terecht tot afwijzing van de asielaanvraag hebben geleid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn asielverhaal.