Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
1.De voorgeschiedenis en het procesverloop
- het proces-verbaal van de zitting gehouden op 4 augustus 2016, bij welke gelegenheid verzoeker de rechter heeft gewraakt;
- de brief van verzoeker van 15 augustus 2016 waarin hij, zakelijk weergegeven, meedeelt dat het proces-verbaal van de zitting volgens hem niet volledig is;
- de brief van de griffier van de wrakingskamer van 16 augustus 2016;
- de brief van de rechter van 23 augustus 2016, waarin zij aangeeft niet te berusten in de wraking;
- de brief van de rechter van 23 augustus 2016, waarin zij meedeelt geen aanleiding te zien het proces-verbaal aan te passen;
- de brief van verzoeker van 24 augustus 2016, waarin hij onder meer verzoekt de wraking te laten behandelen en beoordelen door de rechtbank Noord-Nederland;
- de brief van de griffier van de wrakingskamer aan verzoeker van 26 augustus 2016, waarin het verwijzingsverzoek wordt afgewezen;
- de brief van verzoeker van 27 augustus 2016, waarin hij de wrakingskamer wraakt;
- de brief van de griffier van de wrakingskamer aan verzoeker van 30 augustus 2016 met daarin de mededeling dat de zitting van de wrakingskamer op 5 september 2016 doorgang zal vinden.