Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
NJ2001/249).
BESLISSING
DE JONG BEHEER GOUDA B.V., voornoemd, in staat van faillissement;
advocaat te Gouda;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Lodder & Co heeft bij de rechtbank Den Haag het faillissement aangevraagd van De Jong Beheer Gouda B.V. (hierna: De Jong), stellende dat De Jong is opgehouden te betalen omdat zij meerdere schuldeisers onbetaald laat, waaronder Lodder & Co en de Belastingdienst. De vordering van Lodder & Co is opeisbaar en bedraagt circa €184.504,82. De Jong betwist het faillissementsverzoek en voert aan dat zij slechts één schuldeiser heeft, namelijk Lodder & Co, omdat met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst is gesloten waarin is bepaald dat de vordering van de Belastingdienst niet als steunvordering kan dienen. Tevens stelt De Jong dat er geen te executeren vermogen is en dat Lodder & Co misbruik maakt van haar bevoegdheid tot faillissementsaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het pluraliteitsvereiste is vervuld omdat naast Lodder & Co ook de Belastingdienst een vordering op De Jong heeft, ongeacht de status van de opeisbaarheid van de vordering van de Belastingdienst. De rechtbank acht bewezen dat De Jong meerdere schulden onbetaald laat en niet in staat is deze te voldoen, waardoor zij is opgehouden te betalen.
Verder is niet gebleken van misbruik van bevoegdheid door Lodder & Co. De rechtbank benadrukt het belang van Lodder & Co bij een curatoronderzoek naar de vermogenspositie van De Jong, mede vanwege de aanzienlijke vorderingen van De Jong op participanten en de verkoop van een onroerende zaak. De stellingen van De Jong dat er geen te executeren vermogen is, worden niet gevolgd. De rechtbank wijst het verweer af en verklaart De Jong failliet.
Tot slot benoemt de rechtbank een rechter-commissaris en curator en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart De Jong Beheer Gouda B.V. failliet wegens het niet betalen van meerdere schuldeisers.