ECLI:NL:RBDHA:2016:12967
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek dwangakkoord afgewezen wegens slechts één schuldeiser betrokken
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet, waarbij zij een schuldregeling aanbood aan haar enige schuldeiser, ING Bank N.V. De regeling hield in dat ING een uitkering van 2,2% zou ontvangen tegen finale kwijting van het restant van haar vordering van € 78.548,47.
Tijdens de zitting verscheen verzoekster, maar ING verscheen niet en voerde schriftelijk verweer. ING stelde dat zij vrij is om volledige voldoening van haar vordering te verlangen en dat artikel 287a Fw niet bedoeld is om een schuldeiser die de gehele schuldenlast vertegenwoordigt te dwingen mee te werken aan een minnelijke regeling.
De rechtbank oordeelde dat artikel 287a Fw alleen ziet op situaties waarin meer dan één schuldeiser betrokken is, omdat het systeem van de Faillissementswet uitgaat van meerderheden van schuldeisers die minderheden kunnen dwingen tot instemming. In dit geval is ING de enige schuldeiser, waardoor het verzoek niet op artikel 287a Fw kan worden gegrond en niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank wees tevens op het algemene beginsel van contractsvrijheid dat geldt tussen één schuldenaar en één schuldeiser, en dat artikel 287a Fw een uitzondering daarop vormt die beperkt moet worden uitgelegd. Er zal een afzonderlijk vonnis worden gewezen over het toelatingsverzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat slechts één schuldeiser betrokken is.