ECLI:NL:RBDHA:2016:12984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek op medische gronden
Eiser, een Armeense vreemdeling, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn medische toestand. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd vastgesteld dat de noodzakelijke medische behandeling ook in Armenië beschikbaar is en dat eiser in staat is te reizen.
Eiser stelde dat hij een contra-expertise had aangevraagd en dat bijzondere medische omstandigheden aanwezig zijn die uitzetting onaanvaardbaar maken, onder verwijzing naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De rechtbank oordeelde dat eiser geen bewijs leverde van een contra-expertiseaanvraag en dat het BMA-advies zorgvuldig en volledig was. Ook werd geoordeeld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn medische toestand een onmenselijke situatie zou veroorzaken bij uitzetting.
Daarnaast verwierp de rechtbank de stelling dat de zorg van zijn zoon essentieel is voor zijn behandeling en dat lopende beroepen van zijn gezinsleden tot uitstel zouden moeten leiden. Ook het beroep op het Algemeen Ambtsbericht inzake Armenië werd niet gevolgd, omdat dit niet relevant is voor de medische beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn onderzoeksplicht had vervuld en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek op medische gronden wordt ongegrond verklaard.