ECLI:NL:RBDHA:2016:13045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij vordering onverschuldigde betaling zonder woonplaats gedaagde
Eiseres, een Italiaanse rechtspersoon, vordert terugbetaling van een onverschuldigde betaling aan gedaagde, die geen bekende woonplaats heeft. De rechtbank onderzoekt of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 7 lid 2 van Pro de herschikte Brussel 1-bis verordening.
De rechtbank concludeert dat een vordering uit onverschuldigde betaling niet kwalificeert als een vordering uit onrechtmatige daad in de zin van artikel 7 lid 2 Brussel Pro 1-bis, omdat het niet gericht is op aansprakelijkstelling maar op het terugdraaien van een zonder rechtsgrond verrichte prestatie. Hierdoor is deze bepaling niet van toepassing.
Omdat de woonplaats van gedaagde onbekend is en de verordening geen andere bevoegde rechter aanwijst, bepaalt de rechtbank op grond van nationaal recht dat zij rechtsmacht heeft. De relatieve bevoegdheid ligt echter bij de rechtbank Gelderland, die het conservatoir beslag heeft verleend, zodat de zaak wordt verwezen.
Het voorwaardelijke verzoek van eiseres om een aanvullende termijn voor wijziging van haar eis wordt niet toegewezen omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. De rechtbank verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de zaak door voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Gelderland wegens relatieve bevoegdheid.