Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familielid. Deze vergunning werd ingetrokken wegens het gebruik van onjuiste persoonsgegevens. Verweerder weigerde vervolgens ambtshalve een verblijfsvergunning toe te kennen als slachtoffer van huiselijk geweld, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.48 Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de dreiging in het land van herkomst slechts heeft beoordeeld ten aanzien van de eigen familie van eiseres en niet de ex-schoonfamilie, terwijl ook van die zijde dreiging kan uitgaan. Tevens is de beoordeling van dreiging met geweld in het land van herkomst te beperkt opgevat.
Hoewel verweerder terecht aannam dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich niet aan het geweld kan onttrekken, is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en daarom vernietigd. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt verweerder in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.