ECLI:NL:RBDHA:2016:13079

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2016
Publicatiedatum
1 november 2016
Zaaknummer
NL16.2752, NL16.2750, NL16.2749, NL16.2751
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 17 Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening

Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had terugnameverzoeken aan Duitsland gericht, aangezien Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep geen kans van slagen heeft omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat terugkeer naar het land van herkomst niet mogelijk is, noch dat bijzondere individuele omstandigheden aanwezig zijn die overdracht onevenredig zouden maken. Eisers hadden beter hun aanvragen kunnen intrekken als zij terugkeer wilden bespoedigen.

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL16.2752, NL16.2750 (beroepen) en NL16.2749, NL16.2751 (verzoeken)
V-nummers: [nummers]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter en de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 27 oktober 2016 in de zaken tussen

[eiser], eiser en verzoeker, en

[eiseres], eiseres en verzoekster,
hierna gezamenlijk te noemen: eisers,
gemachtigde: mr. S. Zwiers,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. A.S. Poelman.

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 5 oktober 2016 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Op 6 oktober 2016 hebben eisers beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten en verzocht om het treffen van voorlopige voorzieningen teneinde overdracht hangende de beroepen te voorkomen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2016. Eisers en hun gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak en overweegt daartoe het volgende.
2. Vast staat dat de autoriteiten van Duitsland verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers.
3. Eisers stellen in beroep dat verweerder ten onrechte terugnameverzoeken aan de autoriteiten van Duitsland heeft gericht omdat zij bij herhaling hebben aangegeven bereid te zijn terug te keren naar hun land van herkomst. Naar het oordeel van de rechtbank heeft deze beroepsgrond geen kans van slagen omdat deze nimmer kan leiden tot het doel dat eisers daarmee beogen. Als eisers terugkeer naar hun land van herkomst hadden willen bespoedigen, had het eerder in de rede gelegen om de aanvragen in te trekken in plaats van om daartegen beroep in te stellen.
4. Subsidiair stellen eisers dat verweerder ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 17, eerste lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) door de aanvragen op basis van hetgeen door eisers in de gehoren naar voren is gebracht onverplicht in behandeling te nemen. De rechtbank volgt eisers niet in deze stelling. Immers is geenszins door hen aannemelijk gemaakt dat er bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig zouden zijn waardoor overdracht zou getuigen van onevenredige hardheid.
5. De beroepen zijn ongegrond. Gelet daarop bestaat geen aanleiding om de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaken met nummers NL16.2752 en NL16.2750:
 verklaart de beroepen ongegrond.
De voorzieningenrechter, in de zaken met nummers NL16.2749 en NL16.2751:
 wijst de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter en voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2016.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover betrekking hebbend op de beroepen, binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.