Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 november 2016 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats 1] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, verweerder
[persoon 1] ,te [woonplaats 2] ,
[persoon 2] ,te [woonplaats 3] ,
[persoon 3] en [persoon 4], te [woonplaats 1] , als rechtsopvolgers van
[persoon 5] en [persoon 6], te [woonplaats 2] .
Procesverloop
Overwegingen
Omdat de woning van eisers en de panden aan een rustige, doodlopende straat zijn gelegen, is de rechtbank van oordeel dat een toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het bestreden besluit aannemelijk is en van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat van eisers. Naar het oordeel van de rechtbank dienen zij dan ook als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb te worden aangemerkt.
De rechtbank volgt eisers niet in dit betoog. Zoals eisers terecht hebben betoogd en verweerder ter zitting heeft bevestigd, kan het beoogde gebruik van de panden niet worden gekwalificeerd als gebruik zoals bedoeld in artikel 4, onderdeel 9 van bijlage II bij het Bor. Naar het oordeel van de rechtbank valt het beoogde gebruik ook niet onder artikel 4, onderdeel 1 tot en met 10 van bijlage II bij het Bor. Dat betekent dat aan de toepassingsvoorwaarden van onderdeel 11 van dit artikel is voldaan.