ECLI:NL:RBDHA:2016:13515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vader wegens gebrek aan bewijs bij overlijden baby door toegebracht letsel
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van een vader die werd verdacht van het opzettelijk toebrengen van ernstig schedelhersenletsel aan zijn vier weken oude baby, wat leidde tot het overlijden van het kind. Diverse deskundigen concludeerden dat het letsel niet accidenteel was en zeer waarschijnlijk het gevolg van een schudincident of impact trauma kort voor het intreden van de klinische symptomen.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 30 maanden wegens doodslag, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende bewijs dat verdachte het letsel had toegebracht en vanwege een alternatieve hypothese van een eerder ontstaan vochtproces in het hoofd van het kind.
De rechtbank nam uitgebreid kennis van medische rapporten en deskundigenverklaringen, waaronder die van het Nederlands Forensisch Instituut en onafhankelijke forensisch artsen. De verdediging bracht tegenrapporten in, maar deze werden deels niet als deskundig erkend of onvoldoende onderbouwd bevonden.
Hoewel het overlijden werd vastgesteld als gevolg van toegebracht schedelhersenletsel, kon de rechtbank niet wettig en overtuigend vaststellen dat verdachte het letsel had veroorzaakt. De verklaringen van verdachte en zijn vrouw werden vanwege de timing van het letsel niet als bewijswaardig beschouwd. Bij gebrek aan ander bewijs volgde vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dat hij het toegebrachte letsel heeft veroorzaakt.