ECLI:NL:RBDHA:2016:13521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig relaas en afwezigheid medische noodsituatie
Eiseres, van Armeense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen. De aanvraag werd afgewezen omdat het relaas van eiseres over onderduiken, mishandeling, verkrachting en ontvoering van haar kinderen als ongeloofwaardig werd beoordeeld. Tevens werd het beroep op medische noodsituatie afgewezen op basis van een deskundigenadvies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
Tijdens de zitting voerde eiseres aan dat verweerder ten onrechte haar medische correspondentie en het BMA-advies had beoordeeld, en dat er concrete twijfels bestonden over de juistheid en volledigheid van het advies. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder het relaas van eiseres zorgvuldig had beoordeeld en dat het BMA-advies geen concrete aanwijzingen voor twijfel gaf.
De rechtbank stelde vast dat het relaas over de onderduik en mishandeling ongeloofwaardig was, mede omdat de verklaringen van eiseres niet strookten met de feitelijke omstandigheden, zoals het bezoek van haar vader ondanks politieaandacht. Ook werd het ontbreken van een schriftelijke aangifte als ongeloofwaardig beoordeeld.
Ten aanzien van het medische aspect concludeerde de rechtbank dat het BMA-advies voldoende was onderbouwd en dat er geen sprake was van een medische noodsituatie die uitstel van vertrek zou rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en afwezigheid van medische noodsituatie.