ECLI:NL:RBDHA:2016:13662
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen intrekking verblijfsvergunning asiel wegens terugkeer naar Afghanistan
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, kreeg in januari 2013 een verblijfsvergunning asiel toegekend vanwege een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in per 19 juni 2013 omdat eiser terugkeerde naar Afghanistan en in het bezit was van een Afghaans paspoort op een andere naam.
Eiser voerde aan dat hij vanwege de slechte gezondheid van zijn vader tweemaal naar Afghanistan moest reizen en dat hij zich daar schuilhield om risico's te vermijden. Tevens stelde hij dat hij een gezinsleven had met zijn partner en hun gezamenlijke kind, en dat medische klachten hem zouden verhinderen te vertrekken. De rechtbank oordeelde dat het bezit van het paspoort en de bezoeken aan Afghanistan aantonen dat de bescherming niet langer nodig is.
De rechtbank verwierp het bewijs van het gezinsleven omdat de DNA-test niet rechtsgeldig was en er geen samenwoning of voldoende invulling van gezinsleven was. Ook de medische klachten waren onvoldoende onderbouwd. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het beroep ongegrond is en dat er geen strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.