DUWO verhuurt sinds 2002 een zelfstandige woning aan [gedaagde], die destijds student was en een huisvestingsvergunning ontving. In 2012 zegde DUWO de huur op wegens dringend eigen gebruik met het oog op doorstroming van studenten, maar [gedaagde] stemde niet in met de opzegging.
DUWO stelde dat de woning een studentenwoning is en dat doorstroming noodzakelijk is, terwijl [gedaagde] betwistte dat hij een studentenwoning huurde. De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst geen bepalingen bevat die de woning als studentenwoonruimte kwalificeren en dat DUWO onvoldoende bewijs leverde dat [gedaagde] de woning uitsluitend als student mocht huren.
De rechtbank concludeerde dat de woning ook aan niet-studenten wordt verhuurd en dat de verstrekte studentenkaart en studiefinancieringsgegevens onvoldoende zijn om de woning als studentenwoning aan te merken. Daarom kon de opzeggingsgrond 'dringend eigen gebruik' niet worden toegepast en werden de vorderingen van DUWO afgewezen. De kosten van de procedure worden aan DUWO opgelegd.