ECLI:NL:RBDHA:2016:14102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, verzocht om internationale bescherming in Nederland, maar verweerder nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De Eurodac-registratie van eiser in Duitsland onder de categorie asielzoeker vormde het belangrijkste bewijs hiervoor.
Eiser betwistte dat hij in Duitsland een asielverzoek heeft ingediend en verwees naar correspondentie van het BAMF waaruit zou blijken dat registratie in Eurodac geen absolute bewijswaarde heeft. De rechtbank oordeelde echter dat het aan eiser lag het tegendeel te bewijzen, wat niet is gelukt. De verklaringen van eiser over het ontbreken van vragen en het niet doen van een verzoek om bescherming in Duitsland werden als onaannemelijk beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht uitging van een mondeling of schriftelijk verzoek om internationale bescherming in Duitsland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.