ECLI:NL:RBDHA:2016:14106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens schijnhuwelijk en schijnrelatie
Eiseressen, moeder en dochter met de Surinaamse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) hebben afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op de conclusie dat het huwelijk tussen eiseres 1 en referent een schijnhuwelijk betreft, gesloten met als enig doel het verkrijgen van verblijfsrecht in Nederland.
De rechtbank bevestigt dat het eerdere besluit waarin de relatie tussen eiseres 1 en referent als schijnrelatie werd aangemerkt in rechte vaststaat. De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het oogmerk bij het aangaan van het huwelijk bepalend is, en latere ontwikkelingen geen betekenis hebben. De rechtbank oordeelt dat het huwelijk geen duurzame en exclusieve relatie aantoont en derhalve als schijnhuwelijk moet worden gekwalificeerd.
De rechtbank wijst erop dat eiseres 1 geen bevredigende uitleg heeft gegeven over tegenstrijdigheden in haar verklaringen, waaronder verschillen in de opgegeven startdatum van de relatie. Op grond hiervan en de toepasselijke wettelijke bepalingen wordt het beroep van eiseres 1 en het afhankelijke beroep van eiseres 2 ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsaanvragen wegens schijnhuwelijk worden ongegrond verklaard.